Vanaf 2010 nieuwe procedure inzake vergoeding voorbelasting binnen de EU


Vanaf 2010 geldt voor de gehele EU een nieuwe procedure inzake het aanvragen van een vergoeding voorbelasting.

 

Moest het aanvragen tot nu toe via een ingevuld formulier gebeuren, nu moet de aanvraag d.m.v. een electronisch gegevensbestand worden ingediend.

 

Ook de aanvraag-route is gewijzigd. Werd de aanvraag tot nu toe direct ingediend bij de verantwoordelijke belastingdienst van het andere EU-land (land dat de belasting terugbetaalt), nu moet de Duitse ondernemer zijn aanvraag vanaf 2010 sturen naar een elektronisch portal van de belastingdienst van het land waar hij gevestigd is.

 

De betreffende belastingdienst stuurt de elektronische aanvraag dan aansluitend door naar de belastingdienst van het land dat de belasting terugbetaalt.

 

De aanvraagtermijn bedraagt vanaf 2010 9 maanden, dat betekent dat de aanvraag uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar dat volgt op de periode, waarop de vergoeding betrekking heeft binnen moet zijn. Doorslaggevend is hiervoor niet de datum van ontvangst bij de buitenlandse belastingdienst die de belasting terugbetaalt, maar bij de belastingdienst van het land waar hij gevestigd is. Deze termijn is als voorheen een definitive termijn en daarom in beginsel niet verlengbaar.

 

Tot nu toe moesten de originele rekeningen bij de aanvraag worden ingediend. Vanaf 2010 „kan“ het land dat de belasting terugbetaalt verlangen, dat de ondernemer bij inkomsten voor geleverde prestatie met een belastinggrondslag van minimaal 1.000,00 euro ( voor brandstof minimaal 250,00 euro) elektronische kopieën van de betreffende documenten met zijn aanvraag meestuurt. Bij gegronde twijfel mag het land dat de belasting terugbetaalt echter vragen om als bewijs voor de betaalde voorbelasting alsnog de originele rekeningen te overleggen.

 

Tegen deze achtergrond raden wij elke ondernemer aan om de originele rekeningen als PDF-dokument in te scannen en als bijlage bij de elektronische aanvraag mee te sturen, om vertragingen te voorkomen.

 

Het minimale bedrag voor de jaarlijkse vergoeding bedraagt 50,00 euro, voor aanvragen in de loop van het jaar 400,00 euro.

 

Het land dat de belasting terugbetaalt moet heffingsrente betalen over de vergoedingsaanspraak voorbelasting. De heffingsrente begint 4 maanden en 10 dagen nadat de aanvraag is binnengekomen bij de verantwoordelijke belastingdienst van het land dat de belasting terugbetaalt. Uitzonderingen gelden voor aanvragers die de noodzakelijke informatie of bewijsstukken niet binnen de gestelde termijn indienen resp. achteraf toesturen. Het rentetarief richt zich naar de nationale heffingsrente-modaliteiten, zodat de heffingsrente van een Duitse vergoedingsaanspraak voorbelasting overeen zou moeten komen met 0,5% per volle maand.

 

Omdat de aanvraag vanuit het land waar de ondernemer gevestigd is elektronisch wordt doorgestuurd naar het land dat de belasting terugbetaalt, is het overleggen van een ondernemingsverklaring niet meer noodzakelijk.

 

De aanvrager krijgt van de belastingdienst een ontvangtsbevestiging van het feit dat zijn elektronische aanvraag is binnengekomen bij de verantwoordelijke belastingdienst van het land waar hij gevestigd is.

 

Voordat deze de aanvraag doorstuurt naar het land dat de belasting terugbetaalt, controleert hij de aanvraag allereerst op volledigheid (verplichte velden / controle plausibiliteit / omzetbelasting-identifikatienummer c.q. belastingnummer).

 

Binnen 15 kalenderdagen na ontvangst moet de verantwoordelijke belastingdienst van het land waar hij gevestigd is de aanvraag doorsturen. Ook over de ontvangst bij de belastingdienst die de belasting terugbetaalt ontvangt de aanvrager een elektronische ontvangstbevestiging.

 

Binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag bij de belastingdienst van het land waar hij gevestigd is, moet het land dat de belasting terugbetaalt over de aanvraag beslissen. Wordt  na de afsluitende controle aan de voorwaarden voor een vergoeding voldaan, dan moet het land dat de belasting terugbetaalt het bedrag van de vergoeding binnen 10 werkdagen na afloop van de controle- c.q. controleverleningstermijn betalen.

 

Deze nieuwe procedure geldt voor alle vergoedingsaanvragen, die na 31-12-2009 worden ingediend, zodat de vergoedingsaanvragen voor het jaar 2009, die in 2010 worden ingediend, reeds conform deze voorwaarden moeten worden ingediend.

 

In dit verband wil ik u wijzen op de volgende rechtsontwikkelingen:

 

1. Heffingsrente over vergoedingsaanspraken voorbelasting

 

Normaal gesproken bedraagt de verwerkingsduur van vergoedingaanspraken voorbelasting door het Duitse Bundeszentralamt für Steuern tussen de 9 en 18 maanden of langer. Bij de vergoedingsbedragen gaat het vaak om hogere bedragen, zodat het de onderneming aan liquide middelen ontbreekt. Om deze reden is vaak een tussenfinanciering nodig om de lopende zaken te kunnen financieren.

 

Deze financiële schade heeft het Bundeszentralamt für Steuern tot nu toe niet door middel van een heffingsrente over vergoedinsbedragen gecompenseerd. Normaal gesproken heeft de Finanzverwaltung de omzetbelasting door de afdracht van de presterende ondernemer al met de vooruitbetalingen omzetbelasting ontvangen, zodat de Finanzverwaltung rentevoordeel heeft doordat de vergoeding aanmerkelijk later betaald wordt.

 

Ook na het aantekenen van bezwaar tegen het niet vaststellen van rente heeft het Bundeszentralamt für Steurn tot nu toe geweigerd heffingsrente te betalen over de vergoedingsbedragen.

 

Het hoogste Duitse Finanzgericht, het Bundesfinanzhof heeft echter besloten dat de vergoedingsaanspraak belasting op een vaststelling van de omzetbelasting berust en dat er daarom heffingsrente over betaald moet worden.

 

De rente begint 15 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is ontstaan. De rente bedraagt voor elke volle maand 0,5% van de belasting-vergoedingsaanspraak.

 

Mocht de vergoeding van de belasting langer dan 15 maanden na afloop van het kalenderjaar op zich laten wachten en wordt in de vergoedingsbeschikking geen heffingsrente vermeld, dan is het zinvol om bezwaarschrift aan te tekenen en het vaststellen van heffingsrente aan te vragen.

 

2. Eigenhandige handtekening op de vergoedingsaanvraag

 

In het verleden werden vergoedingsaanspraken voorbelasting vaak afgewezen met als reden dat het aanvraagformulier niet door de belastingplichtige zelf, maar door een gemachtigde persoon (bijvoorbeeld de belastingadviseur) ondertekend was.  Aangezien de aanvraagtermijn van 6 maanden bij afwijzing van de aanvraag vaak al afgelopen was, was een nieuwe aanvraag meestal niet meer mogelijk, waardoor de voorbelasting verloren ging.

 

In tegenstelling tot het Duitse recht gebruikt het in bijlage A van de richtlijn 79/1072/EWG genoemde voorbeeld alleen het begrip „handtekening“. Dienovereenkomstig wordt in andere EU-lidstaten de handtekening door een gemachtigde persoon geaccepteerd.

 

Het Bundesfinanzhof heeft ter prejuduciële beslissing de vraag voorgelegd aan het Europese Gerechtshof of het begrip „handtekening“ dat in het boven genoemde voorbeeld van het indienen van een vergoedingsaanvraag omzetbelasting conform artikel 3 letter A van de richtlijn 79/1072/EWG wordt gebruikt, zo moet worden verstaan dat de ondernemer persoonlijk moet ondertekenen, of dat een handtekening door een gemachtigde persoon voldoende is.

 

Mocht een vergoedingsaanvraag voorbelasting om bovengenoemde reden worden afgewezen, dan adviseer ik u dringend om bezwaar aan te tekenen tegen deze afwijzing van de vergoedingsaanvraag voorbelasting.

 

Voor verdere vragen m.b.t. het thema vergoeding voorbelasting in Duitsland en de Europese Unie staan mijn team en ik u graag ter beschikking.

 

(terug)